Veel diersoorten staan onder druk. Particuliere tuinen kunnen een belangrijke rol spelen als kleine toevluchtsoorden waar dieren voedsel, beschutting en rust vinden. Door je tuin diervriendelijk in te richten, help je dus mee aan het herstel van biodiversiteit – en dat is hard nodig! Elke kleine aanpassing helpt. Onze tips:
Egels
Egels zijn echte nachtdieren en leggen flinke afstanden af op zoek naar voedsel. Daarom is het belangrijk dat ze makkelijk van tuin naar tuin kunnen bewegen.
- Maak een egelsnelweg: laat een opening van ongeveer 13 x 13 cm in je schutting of in de heg, zodat egels erdoor kunnen. Overleg indien nodig met je buren.
- Creëer een rommelhoekje: een hoop bladeren, takken of snoeiafval is voor egels ideaal om in te schuilen of te overwinteren.
- Plaats een egelhuis: dit kun je kant-en-klaar kopen of zelf maken. Zet het op een rustige, beschutte plek.
- Pas op met gif en machines: gebruik geen slakkenkorrels of pesticiden en kijk uit met maaiers of bladblazers.
Vogels
Vogels hebben behoefte aan voedsel, beschutting en veilige plekken om te broeden.
- Plant geschikte struiken en bomen: denk aan meidoorn, vlier, liguster, hulst of inheemse fruitdragende struiken. Deze bieden voedsel en nestgelegenheid.
- Snoei niet in het broedseizoen: grofweg van maart tot en met juli. Zo voorkom je dat je nesten verstoort.
- Zorg voor water: een ondiepe schaal met vers water is ideaal als drink- en badplaats.
- Hang nestkastjes op: kies een kastje dat past bij de soort die je aan wilt trekken (bijvoorbeeld mezen of roodborstjes) en hang het op een rustige plek, uit de volle zon en regen en waar katten er niet bij kunnen.

Vleermuizen
Vleermuizen eten onder andere muggen en spinnen. Je ziet ze misschien niet vaak, maar je kunt ze wel helpen.
- Hang vleermuiskasten op: bij voorkeur hoog (minimaal 3 meter) en op een zonnige, windluwe plek.
- Plant nachtvlinderlokkers: zoals kamperfoelie, teunisbloem en nachtschone. Meer nachtvlinders betekent meer voedsel voor vleermuizen.
- Beperk buitenverlichting: felle verlichting verstoort vleermuizen. Kies voor warm, gedimd licht en zet het alleen aan als het nodig is.
Insecten
Insecten zijn cruciaal voor de bestuiving van planten en een gezond bodemleven. Ook vormen en belangrijke voedselbron voor andere dieren.
- Kies voor inheemse en biologische planten: zoals wilde marjolein, kattenkruid, klaver en duizendblad. Deze trekken bijen, vlinders en andere insecten aan.
- Laat het gazon bloeien: maai niet alles tegelijk en laat een deel van je gazon wat langer.
- Plaats een insectenhotel: dit biedt nestplekken voor solitaire bijen en andere insecten. Hang het op een zonnige, droge plek.
- Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen: deze schaden vaak meer dan alleen de “plaag”.
- Let op de Aziatische hoornaar: de bestrijding van invasieve exoten als de Aziatische hoornaar zijn erg belangrijk. Deze soort eten namelijk inheemse insecten, waardoor ze het ecosysteem verstoren. Let bij bestrijding op dat je de soort niet verwart met de Europese hoornaar.
Amfibieën en reptielen
Kikkers, padden en salamanders zijn ook erg belangrijk voor een gezond ecosysteem. Ze eten onder andere slakken en muggen.
- Leg een kleine vijver aan: zorg voor flauwe oevers zodat dieren er makkelijk in en uit kunnen.
- Liever geen vissen: die eten vaak de eitjes en larven van amfibieën.
- Maak schuilplekken: stapels stenen, hout of bladeren zijn ideaal.
- Zorg voor zonnige plekjes: bijvoorbeeld een open stukje met stenen waar dieren kunnen opwarmen.
Naar het overzicht